Bankgeheim

Zwitsers bankgeheim extra streng voor arme landen
ONTDUIKING IS GEEN MENSENRECHT
Alleen gewone lui betalen belastingen’, zo verklaarde hoteleigenares Leona Helmsley in 1989 op haar proces wegens belastingontduiking. “Ongewone” mensen weten immers dat hun kapitaal in een vijftigtal belastingparadijzen fiscaal onzichtbaar gemaakt kan worden. Mattias Creffier woont in zo’n paradijs en bericht over de perverse effecten van het Zwitserse bankgeheim.
De superrijken worden tegenwoordig High Net Worth Individuals genoemd, mensen met een persoonlijk fortuin van meer dan 1 miljoen dollar. Het ontstaan van deze HNWI-klasse werd onder meer mogelijk dankzij de politiek van het Internationaal Muntfonds dat in de jaren zeventig de belemmeringen op vrij kapitaalverkeer gestaag liet afbouwen. Het World Wealth Report 2003 van de bank Merrill Lynch en het consultingbedrijf Cap Gemini Ernst & Young verwacht dat het kapitaal van de superrijken jaarlijks met zeven procent blijft vermeerderen en tegen 2007 zal aangroeien tot 38 biljoen dollar.
Niet alleen individuen profiteren van het geglobaliseerde betaalverkeer. Dankzij postbusfirma’s en andere boekhoudkundige kneepjes zorgen ook multinationale bedrijven ervoor dat hun winsten geboekt worden in een fiscaal paradijs zonder ondernemingsbelasting. De Bermuda’s, de Kaaimaneilanden en het Zwitserse kanton Zug zijn geliefde vestigingsplaatsen voor postbusfirma’s. Wie zeker wil zijn, gebruikt een combinatie van ontduikingstechnieken. ‘Richt in Panama een firma naar Liechtensteins recht op, open bij verschillende Luxemburgse banken een rekening per internet en laat het geheel besturen door een Zwitserse zakenadvocaat’, suggereert Attac Duitsland op zijn website.

Stropers en vette reeën
In 1999 schatte het Internationaal Muntfonds het totale kapitaal in belastingparadijzen op 7 tot 8 biljoen dollar. Het overgrote deel daarvan is waarschijnlijk zwart geld. Belastingontduiking is niet alleen een fenomeen van het rijke Westen, ook in het Zuiden zien de staatskassen belastinginkomsten aan hun neus voorbijgaan. Volgens Oxfam jaarlijks zo’n 50 miljard dollar: 15 miljard dollar die op de buitenlandse rekeningen van vermogende individuen verdwijnen, en voor 35 miljard die verloren gaan omwille van de fiscale privileges voor buitenlandse investeerders. Dat is ongeveer evenveel als de totale jaarlijkse ontwikkelingssteun of zes keer wat nodig is om elk kind op aarde naar de basisschool te sturen.
Ontwikkelingslanden halen volgens een Oeso-rapport belastingen binnen ter waarde van 11 procent van hun bruto binnenlands product, in industrielanden is dat gemiddeld 26 procent. Om investeerders te lokken, hebben ontwikkelingslanden in de jaren negentig de gemiddelde ondernemingsbelasting verlaagd van ruim 30 tot 20 procent, zo berekende Oxfam. Het gevolg is dat de multinationals de winst opstrijken en het gastland niet genoeg geld overhoudt om de armoede te bestrijden.
De rekening wordt betaald door minder mobiele belastingsbetalers. Wie voor zijn inkomen afhankelijk is van een loonbrief, heeft op zijn belastingsaangifte niet veel plaats voor fiscale spitsvondigheden. Ook voor kleine en middelgrote ondernemingen is fiscale migratie niet zo makkelijk.
Kapitaal is, in vergelijking met arbeid, consumptie en eigendom, een schuwe ree, die de fiscus uiterst moeilijk kan verschalken. Vermogende individuen blijven bovendien genieten van de gemeenschapsvoorzieningen in het land waar ze belastingen ontduiken. De landen die “belastingasiel” bieden, stropen als het ware de vette reeën in het belastingterrein van hun buurlanden, zonder daarvoor extra scholen of ziekenhuizen te moeten bouwen. De Kaaimaneilanden bijvoorbeeld hebben 30.000 inwoners, 60.000 faxmachines en 500 banken die samen een vermogen van 500 miljard dollar beheren.
Vergeten aan te geven
De inspanningen om tot een informatie-uitwisseling tussen belastingdiensten te komen, worden gestuwd door sterke economische blokken: de OESO, de EU en de VS. Die zijn geïnteresseerd in het opsporen van de eigen kapitaalkrachtige belastingzondaars en de bankrekeningen van terroristen. De problemen van ontwikkelingslanden met een minder assertieve fiscus zijn geen prioriteit. Deze landen kunnen alleen hopen op een schandaal, en dan nog draaien de juridische molens zeer traag. In 2000 bleek dat de clan van de voormalige Nigeriaanse dictator Abacha 640 miljoen Zwitserse frank (413 miljoen euro) onterecht weggesluisd had naar Zwitserse bankrekeningen. De bankiersvereniging bestrafte enkel de Credit Suisse met een boete van 750.000 Zwitserse frank, een peulschil in vergelijking met de 230 miljoen die de dictator er had geparkeerd.
‘Niet dat alleen Zwitserland en zijn bankgeheim een probleem zijn’, zegt econoom Bruno Gurtner van de Zwitserse ngo-koepel Erklärung von Bern (EvB). ‘Ook Londen en Luxemburg spelen een belangrijke rol in het ontduiken van belastingaangiften. Naast minimale internationale regels moeten, voor een rechtvaardige fiscaliteit, ook de nationale regels in orde zijn’. Zwitserland is wel ’s werelds grootste financiële centrum voor offshore-kapitaal.
Volgens schattingen van Tax Justice Network, een netwerk van anderglobaliseringsbewegingen dat ijvert voor informatie-uitwisseling over offshore-vermogens, herbergt de Alpenrepubliek een kwart tot een derde van het in het buitenland belegde private vermogen, tussen 3000 en 4000 miljard Zwitserse frank. De EvB heeft uitgerekend dat Zwitserland elk jaar vijf keer meer geld verdient aan vluchtkapitaal uit ontwikkelingslanden dan het besteedt aan ontwikkelingshulp.
De banksector dankt haar succes niet aan de excellente dienstverlening, zoals ze zelf graag gelooft, maar aan een juridisch trucje. Het Zwitsers recht maakt, samen met dat van Liechtenstein, een juridisch onderscheid tussen belastingontduiking en belastingfraude. Wie simpelweg “vergeet” inkomsten aan de fiscus te melden, wordt administratief bestraft met een boete. Pas wanneer iemand actief documenten vervalst, wordt dat aanzien als fraude en wordt het gerecht ingeschakeld. Aangezien het Zwitserse gerecht aan het buitenland alleen informatie geeft in strafzaken, kunnen buitenlanders met een gerust gemoed geld aanslepen dat ze in eigen land “vergeten” aan te geven zijn.
Hoewel het bankgeheim pas in 1930 werd ingevoerd, geldt het als een nationaal symbool, even onwrikbaar als de Matterhorn. De Zwitserse regering maakt in de onderhandelingen met de Europese Unie steeds weer duidelijk dat over het bankgeheim niet gepraat kan worden. Een Zwitserse onderzoeksrechter die naar Brussel reisde om informatie te geven over de opbrengsten van coltantrafiek uit Congo, kreeg van het Zwitserse hooggerechtshof een vermaning omdat hij overijverig te werk zou zijn gegaan.
Ga er dan wonen
De lokroep van Zwitserse kluizen zorgt voor concurrentie en drukt ook elders de belastingtarieven. Ulrich Thielemann, vice-directeur van het centrum voor economische ethiek aan de universiteit van Sankt Gallen, vindt dat pervers. ‘De overheid probeert haar taak zo efficiënt mogelijk te vervullen om de belastingen laag te houden. Dat betekent dat elk land moet kunnen beschikken over de inkomsten van bedrijven en personen op zijn grondgebied. Wanneer rijke belastingbetalers vluchten naar het buitenland, moet wie achterblijft meer belastingen betalen’.
Het bankgeheim is volgens Thielemann een vals concurrentievoordeel omdat het een parasitair karakter heeft. ‘De Zwitserse banken krijgen money for nothing en hun buitenlandse klanten blijven in eigen land profiteren van gemeenschapsvoorzieningen waarvoor ze niet betalen.’ Het argument dat het bankgeheim onaantastbaar is omdat de privésfeer van de burger beschermd moet worden, houdt geen steek volgens Thielemann:
‘Ontduiking is geen mensenrecht. Banken moeten discreet zijn tegenover een nieuwsgierige buurman of journalist, maar niet tegenover de fiscus van een democratisch buurland.’ De stelling
dat het bankgeheim deel uitmaakt van de Zwitserse soevereiniteit, vindt hij vals: ‘Zwitserland ontwricht zelf een belastingsysteem dat in de naburige landen op democratische wijze tot stand is gekomen.’ Wanneer een rijke minderheid vindt dat ze te veel betaalt, moet ze maar verhuizen, aldus Thielemann.
Het nobele bankiersgild laat zich minder gelegen aan de kritiek uit ethische hoek dan aan dissidente geluiden uit de eigen rangen. De ouderdomsdeken van het métier, de joodse bankier Hans J. Bär, zingt stevig uit de toon op de laatste pagina’s van zijn memoires, Seid Umschlungen, Millionen (Verstrengel u, miljoenen). Bär noemt het bankgeheim ‘een defensief instrument, dat ons de algemene concurrentiestrijd bespaart en ons -om het met Churchill te zeggen- vet en impotent maakt.’ Waarop de in Zürich gevestigde bank Bär zich genoodzaakt zag op haar website afstand te nemen van het statement van haar erevoorzitter. ‘De bank steunt de houding van de bankiersvereniging en de Zwitserse regering in de onderhandelingen met de Europese Unie.’
Een gat in de Zwitserse kaas
In die onderhandelingen met de EU heeft Zwitserland voorlopig zijn slag thuisgehaald. Dat komt omdat België, Luxemburg en Oostenrijk zich binnen Europa hebben verzet tegen de internationale uitwisseling van informatie, die het einde van het bankgeheim had betekend. Paul Hatry, Europees onderhandelaar van het Belgische ministerie van Financiën, is sceptisch over de haalbaarheid van een internationale gegevensuitwisseling.
‘Niemand gelooft dat de nieuwe EU-lidstaten in staat zullen zijn informatie uit te wisselen. Zelfs de grootste voorstander van gegevensuitwisseling, Groot-Brittannië, slaagt er niet in informatie te verstrekken over btw-fraudeurs.’ Het resultaat is een -nog niet ondertekend- akkoord tussen België, Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland waarbij een belasting geïnd zal worden op de inkomsten uit buitenlandse beleggingen. Het akkoord is volgens de liberale politicus Gerold Bührer echter zo ‘lek als een Emmentaler’ omdat de vermogens en hun eigenaars aan het oog van de fiscus onttrokken blijven. De belasting geldt enkel voor obligaties, kasbons en spaarrekeningen van natuurlijke personen, en kan met een beetje creativiteit gemakkelijk omzeild worden. De Zürcher Kantonalbank windt er in een brochure van 23 maart geen doekjes om: ‘De ZKB en andere banken zullen alternatieve beleggingsproducten aanbieden, zodra het akkoord met de EU in werking treedt.’
Het akkoord met de EU mag dan zijn gebreken hebben, een dergelijke regeling zou voor de ontwikkelingslanden al beter zijn dan niets. De bankiersvereniging blijft doof voor suggesties van de De Zwitserse ngo’s. ‘We hebben nog geen verzoek in die zin ontvangen’, zegt bankenwoordvoerder Urs P. Roth. Nochtans zou Zwitserland, als lid van de Wereldhandelsorganisatie, alle handelspartners op gelijke voet moeten behandelen.
De Verenigde Staten, sinds 11 september op terroristenjacht, zijn er wel al in geslaagd bij het jongste bilateraal akkoord met Zwitserland een bresje te slaan in de Helvetische stilzwijgendheid. De zwakke plek was een bilateraal akkoord uit 1951 waarin Zwitserland zich ertoe verplichtte informatie vrij te geven over ‘belastingfraude en dergelijke’. Dat “en dergelijke” is op Amerikaanse vraag in een bijkomend protocol van 23 januari 2003 verduidelijkt. Daarin wordt bepaald dat zelfs een verdenking dat een aangifte werd ‘vergeten’ volstaat om het bankgeheim op te heffen. Het blijft afwachten hoe lang het zal duren eer de Europese buurlanden aandringen op een gelijke formulering in hun belastingakkoorden met Zwitserland. Het Zuiden moet ook maar eens een aanvraag in die zin indienen.