Personen

AKTEN 
1. Inleiding
Het privaatrecht regelt voornamelijk de verhouding tussen burgers onderling en het publiekrecht geeft met name regels voor de verhoudingen tussen burgers en de overheid als zodanig. Voor het begrip: met burgers bedoelen we personen. In het burgerlijk recht onderscheiden we natuurlijke personen en rechtspersonen. De begrippen natuurlijke personen en rechtspersonen zullen in dit hoofdstuk nader behandeld worden.

2. Natuurlijke personen
Mensen zijn natuurlijke personen. Natuurlijke personen mogen deelnemen aan het rechtsverkeer (bijv. iets kopen, iets verkopen); zij zijn daarom rechtssubjecten. Rechtssubject wordt iemand bij geboorte. Als eerste levensteken geldt de ademhaling; het overlijden betekent het einde van het rechtssubject.
In art. 1:2 BW leest u, dat hierop één uitzondering bestaat. Als een vrouw zwanger is, wordt dit kind als reeds geboren beschouwd, zo dikwijls zijn belang dit vordert.

3. Onbekwaam en onbevoegd
Uit het zijn van rechtssubject vloeit voort, dat iedere natuurlijke persoon in beginsel rechtshandelingen kan verrichten. Dit verschijnsel wordt handelingsbekwaamheid genoemd. Zie hiervoor art. 3:32 lid 1 BW. Daarnaast kent het recht de term handelingsbevoegd. Dit houdt in dat men geschikt is om be-paalde rechtshandelingen te verrichten. Een rechtshandeling is een handeling waarmee een bepaald rechtsgevolg wordt beoogd.

3.1. Handelingsonbevoegd
Handelingsonbevoegd wil zeggen dat men in beginsel weliswaar handelingsbekwaam is, maar be-paalde rechtshandelingen niet mag verrichten. Zo leest u in art. 3:43 BW dat bepaalde functionarissen (zoals rechters, advocaten en deurwaarders) geen rechtshandelingen mogen verrichten waardoor ze goederen zouden verkrijgen, waarover een geschil aanhangig is waarbij ze uit hoofde van hun functie betrokken zijn. Dit om (de schijn van) misbruik te voorkomen.

3.2. Handelingsonbekwaam
Met het aangaan van rechtshandelingen kunnen grote belangen gemoeid zijn. Niet ieder mens is op elk moment van zijn leven in staat zijn belangen op de juiste wijze te behartigen. De overheid (lees: de wetgever) heeft op dit punt een beschermende rol op zich genomen, door bij wet vast te stellen dat bepaalde (groepen van) personen onbekwaam zijn om rechtshandelingen te verrichten (vergelijk art. 3:32 lid 1 BW).
Onbekwaam zijn in het huidige wettelijke regime:
1. minderjarigen o.g.v. art. 1:234 BW;
2. onder curatele gestelden o.g.v. art. 1:381 lid 2 BW.